ECLI:NL:RVS:2004:AO9199
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.R. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Vergunning ontgrondingen golfbaan in Teteringen bevestigd ondanks milieu- en waterhuishoudkundige bezwaren
Verweerder verleende op 18 juni 2003 een vergunning voor ontgrondingen ten behoeve van de aanleg van twee vijvers en een retentievoorziening binnen een golfbaan in Teteringen. Appellanten, waaronder milieuverenigingen en omwonenden, stelden dat de vergunning onrechtmatig was en de ontgrondingen zouden leiden tot negatieve effecten zoals verdroging en vermindering van kwelwater.
De Raad van State oordeelde dat appellanten die op meer dan 240 meter afstand wonen niet-ontvankelijk zijn wegens gebrek aan rechtstreeks belang. De vergunning kwam overeen met de aanvraag en was niet in strijd met het bestemmingsplan, mede door een zelfstandige projectprocedure en verklaring van geen bezwaar van de gemeente Breda.
Het milieueffectrapport (MER) werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat het niet specifiek voor deze vergunning was opgesteld. Het deskundigenbericht en stukken maakten aannemelijk dat de ontgrondingen geen significante negatieve effecten op macro- of microniveau voor de waterhuishouding veroorzaken. Ook werd geoordeeld dat de bezwaren over grondwateronttrekking en waterkwaliteit buiten het ontgrondingsbesluit vallen en elders geregeld moeten worden.
De Afdeling vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep van milieuverenigingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontgrondingsvergunning is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft.