ECLI:NL:RVS:2004:AO8885
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ligplaatsvergunning en handhaving bestuursdwang voor woonboot in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde appellant een vergunning voor het innemen van een ligplaats met zijn woonboot aan een locatie in Amsterdam. Vervolgens legde het college bestuursdwang op om het vaartuig te verwijderen. Appellant maakte bezwaar, dat door het college en de voorzieningenrechter werd afgewezen. In hoger beroep bij de Raad van State werd het beleid omtrent ligplaatsvergunningen getoetst, waarbij werd vastgesteld dat alleen woonboten die sinds 1984 of 1989 als bewoond woonschip aanwezig waren, in aanmerking komen voor vergunning.
Appellant kon niet aantonen dat zijn woonboot binnen deze gedoogrondes viel, ondanks overgelegde foto’s en stukken. Ook het langdurig bewonen van de woonboot bood geen grond voor afwijking van het beleid. Omdat zonder vergunning een ligplaats werd ingenomen en het college de vergunning terecht weigerde, was handhavend optreden met bestuursdwang gerechtvaardigd.
De Raad van State concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die handhaving in de weg stonden en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; vergunning geweigerd en bestuursdwang gehandhaafd.