ECLI:NL:RVS:2004:AO8506
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking grondwateronttrekkingsvergunning wegens strijd met Grondwaterwet
Appellant, het college van burgemeester en schepenen van Riemst (België), verzocht gedeputeerde staten van Limburg om intrekking van een vergunning voor grondwateronttrekking uit 1993. Dit verzoek werd op 1 juli 2003 afgewezen. Appellant stelde dat hij mocht vertrouwen op een toezegging uit 1996 dat de vergunning zou worden beperkt tot 1 januari 2000, en dat de belangenafweging door verweerder onvoldoende was.
De Raad van State overwoog dat de toezegging uit 1996 niet kon worden opgevat als een toezegging tot intrekking zonder nieuw besluit, mede gelet op eerdere uitspraken. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat verweerder onvoldoende had beoordeeld of de onttrekking niet langer toelaatbaar was, zoals vereist door artikel 24 van Pro de Grondwaterwet. De belangenafweging was daarmee onvoldoende en het besluit strijdig met de wet.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het verzoek tot intrekking van de grondwateronttrekkingsvergunning is vernietigd en verweerder is opgedragen een nieuw besluit te nemen.