ECLI:NL:RVS:2004:AO8445
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet milieubeheer
Bij besluit van 9 februari 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Putten aan verzoeker B een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 8.1, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 16 april 2004 werd vastgesteld dat er in 1997 een ontvankelijke aanvraag was ingediend voor legalisering van de activiteiten die in strijd waren met de Wet milieubeheer, maar dat hierop nog geen definitief besluit was genomen. De Voorzitter oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of sprake was van een vergunbare situatie en dat het bestreden besluit daardoor in strijd was met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, die eisen dat een bestuursorgaan een deugdelijk gemotiveerd besluit neemt op basis van een gedegen feitenonderzoek.
Gelet hierop werd het besluit tot last onder dwangsom geschorst voor een periode van zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een verzoek om voorlopige voorziening. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekers.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst wegens onvoldoende onderzoek naar vergunbaarheid en verweerder is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.