ECLI:NL:RVS:2004:AO8444
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning periodieke keuring motorrijtuigen door Dienst Wegverkeer
Appellante kreeg op 15 augustus 2003 van de algemeen directeur van de Dienst Wegverkeer een besluit tot intrekking van haar erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen tot 3500 kg voor twaalf weken. Dit volgde op een onderzoek waarbij twaalf strafpunten werden vastgesteld en een overschrijding van de cusumbijdrage van 9,6.
Appellante maakte bezwaar, dat op 19 januari 2004 door de algemeen directeur ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Arnhem, die op 10 maart 2004 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de algemeen directeur bevoegd was tot het opleggen van de sanctie en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. De opgelegde maatregel werd niet als onevenredig zwaar beoordeeld.
Omdat nader onderzoek niet zou bijdragen en er geen beletsel was om direct uitspraak te doen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, waarmee het intrekkingsbesluit in stand blijft.