ECLI:NL:RVS:2004:AO7954
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- F.P. Zwart
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bouwvergunning distributiecentrum Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede verleende op 20 januari 1999 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een distributiecentrum op een perceel in Enschede. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van het college en vergunninghouder daarop ongegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Na een nieuwe beslissing op bezwaar verklaarde het college het bezwaar alsnog gegrond, maar handhaafde het besluit vanwege nieuwe feiten en omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht heeft geanticipeerd op het inmiddels vastgestelde bestemmingsplan “Distributiecentrum, fase III”. Het betoog van appellant dat de beslissing op bezwaar vernietigd moet worden omdat het bestemmingsplan later niet werd goedgekeurd, faalt omdat de rechtmatigheid moet worden beoordeeld op het moment van de beslissing. Ook het gebruik van de verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten is terecht gebleven. De Raad van State bevestigt dat aan de wettelijke vereisten voor de anticipatieprocedure is voldaan en dat het college de vrijstelling en bouwvergunning terecht heeft verleend en gehandhaafd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.