ECLI:NL:RVS:2004:AO7932
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing Luchtvaartwet voor werkzaamheden Maastricht Aachen Airport
In maart 2003 verleende de Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing op grond van artikel 31 van Pro de Luchtvaartwet aan de exploitant van Maastricht Aachen Airport (MAA) voor diverse werkzaamheden, waaronder de aanleg van een stopway. Diverse belanghebbenden maakten bezwaar en stelden beroep in, dat door de voorzieningenrechter grotendeels ongegrond werd verklaard of niet-ontvankelijk.
Enkele appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat drie belanghebbenden niet-ontvankelijk waren omdat zij geen bezwaar of administratief beroep hadden ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit, terwijl zij daartoe redelijkerwijs wel in staat waren. Voor anderen die niet-ontvankelijk waren verklaard wegens ontbrekende machtiging, werd dit oordeel vernietigd omdat de gemachtigde voldoende bevoegdheid kon aantonen.
De Raad van State bevestigde dat de ontheffing niet ziet op de aanleg van de stopway zelf, maar op de werkzaamheden die daarmee verband houden. De bezwaren over het gebruik en de gevolgen van de stopway konden bij de beoordeling van de ontheffing geen gewicht krijgen. De Afdeling verklaarde de beroepen van de gemachtigden alsnog ongegrond en bevestigde het besluit van de Minister. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van enkele belanghebbenden is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit tot ontheffing is bevestigd.