ECLI:NL:RVS:2004:AO7123
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek illegale milieustraat ondanks vergunningprocedure
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal om handhavend op te treden tegen de illegale exploitatie van een milieustraat door een bedrijf op een nabijgelegen perceel. Het college verklaarde het bezwaar gegrond maar wees het verzoek om handhaving af, omdat er volgens het college concreet zicht bestond op legalisatie via een vergunningprocedure.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van het college. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. Zij stelde dat het college ten onrechte had geoordeeld dat er zicht was op legalisatie en dat het handhaven had moeten plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht had aangenomen dat er concreet zicht was op legalisatie, mede vanwege de verleende revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer en de ingediende aanvraag voor een APV-vergunning. Het feit dat de aanvraag onvolledig was, deed hieraan niet af omdat een termijn was gesteld voor het aanleveren van ontbrekende gegevens.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.