ECLI:NL:RVS:2004:AO7113
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningstandplaats ondanks bezwaar wegens vermeende schade
Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland verleende op 11 mei 2001 een vergunning aan een vergunninghouder voor een standplaats met een wagen voor verkoop op bepaalde locaties. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 4 januari 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
Appellant stelde dat de vergunning aan de vergunninghouder onterecht was verleend en dat hij daardoor schade leed. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep mede gericht was tegen het besluit op bezwaar van 14 oktober 2003, waarin het college het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De Raad stelde vast dat het college de vergunning terecht had verleend, mede vanwege veiligheidsredenen en het bestaande beleid omtrent standplaatsen.
Verder overwoog de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij schade had geleden die niet voor zijn rekening behoorde te blijven. Het college had appellant uitgenodigd zijn schade te onderbouwen, maar dit was niet gebeurd. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en de vergunningverlening aan de vergunninghouder blijft gehandhaafd.