ECLI:NL:RVS:2004:AO7098
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing verzoek verlenging geldigheidsduur tentamens Universiteit van Amsterdam
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verlenging van de geldigheidsduur van drie tentamens die volgens de examencommissie waren vervallen. De Examencommissie had in een brief van 22 november 1999 medegedeeld dat de geldigheidsduur van bepaalde tentamens was verlengd en van andere was vervallen. Appellant verzocht vervolgens om verdere verlenging, wat werd afgewezen door de Examencommissie en het College van Beroep voor de Examens.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De kern van het geschil was of de brief van 22 november 1999 een besluit was dat marginaal getoetst kon worden en of het verzoek van appellant als een heroverweging van een onherroepelijk besluit moest worden gezien.
De Raad van State oordeelde dat de brief een feitelijke mededeling zonder rechtsgevolg was en dat de Examencommissie noch de WHW bevoegd is om de geldigheid van reeds vervallen tentamens te herstellen. De hardheidsclausule uit de Onderwijs- en Examenregeling bood geen grond voor verlenging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verlenging van de geldigheidsduur van tentamens wordt bevestigd.