ECLI:NL:RVS:2004:AO6561
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kapvergunning voor populieren in Breda wegens landschappelijke en ecologische waarde
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 21 december 2001 een vergunning voor het kappen van houtopstand, maar weigerde later de kapvergunning voor zeven populieren na bezwaren van omwonenden. Appellante, AM Wonen B.V., stelde dat de populieren niet zeldzaam zijn en dat de bomen vanwege hun slechte staat binnen korte termijn zouden moeten worden gekapt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State stelde vast dat de populieren behoren tot de relatief zeldzame soort Populus simonii ‘Fastigiata’, wat bevestigd werd door deskundigenrapporten van Alterra. Ook oordeelde de Raad dat het college de bomen terecht als beeldbepalend en van landschappelijke waarde heeft aangemerkt, gebaseerd op ecologische adviezen. Het betoog van appellante dat de bomen historisch niet van belang zijn, werd niet onderbouwd.
Verder concludeerde de Raad dat de populieren vitaal en gezond zijn met een levensverwachting van enkele tientallen jaren, ondanks aanwezig dood hout dat beheersmaatregelen vereist. De door appellante ingebrachte schatting van een levensduur van circa vijf jaar werd niet overtuigend geacht. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de kapvergunning voor zeven populieren vanwege hun ecologische en landschappelijke waarde.