ECLI:NL:RVS:2004:AO6133
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-handhaven vergassen afvalstoffen
Verzoekers hebben bij brief van 30 mei 2003 het college van gedeputeerde staten van Limburg verzocht om onder dwangsom Nuon Power Buggenum B.V. te verplichten het vergassen van afvalstoffen binnen haar inrichting te beëindigen. Omdat verweerder niet tijdig besloot, werd beroep ingesteld. Uiteindelijk wees verweerder het verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.
Verzoekers vroegen daarop bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 9 maart 2004 verschenen partijen, waaronder ook Nuon Power Buggenum B.V. De Voorzitter overwoog dat het verzoek zich deels richtte tegen het niet tijdig beslissen, maar dat inmiddels op het verzoek was beslist, zodat dat deel van het verzoek niet toewijsbaar was.
Verzoekers stelden dat het vergassen van afvalstoffen zonder vergunning al lange tijd plaatsvond en dat verweerder niet in redelijkheid van handhaving had mogen afzien. Verweerder stelde dat een revisievergunning was verleend en dat op basis van de rapporten geen ernstige milieuschade te verwachten was. De Voorzitter vond geen aanleiding om het handhavingsbeleid onredelijk te achten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om handhaving tegen het vergassen van afvalstoffen zonder vergunning af te dwingen is afgewezen.