ECLI:NL:RVS:2004:AO6133

Raad van State

Datum uitspraak
16 maart 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200401369/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Beekhuis
  • F.B. van der Maesen de Sombreff
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8.4 Wet milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-handhaven vergassen afvalstoffen

Verzoekers hebben bij brief van 30 mei 2003 het college van gedeputeerde staten van Limburg verzocht om onder dwangsom Nuon Power Buggenum B.V. te verplichten het vergassen van afvalstoffen binnen haar inrichting te beëindigen. Omdat verweerder niet tijdig besloot, werd beroep ingesteld. Uiteindelijk wees verweerder het verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.

Verzoekers vroegen daarop bij de Raad van State om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 9 maart 2004 verschenen partijen, waaronder ook Nuon Power Buggenum B.V. De Voorzitter overwoog dat het verzoek zich deels richtte tegen het niet tijdig beslissen, maar dat inmiddels op het verzoek was beslist, zodat dat deel van het verzoek niet toewijsbaar was.

Verzoekers stelden dat het vergassen van afvalstoffen zonder vergunning al lange tijd plaatsvond en dat verweerder niet in redelijkheid van handhaving had mogen afzien. Verweerder stelde dat een revisievergunning was verleend en dat op basis van de rapporten geen ernstige milieuschade te verwachten was. De Voorzitter vond geen aanleiding om het handhavingsbeleid onredelijk te achten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om handhaving tegen het vergassen van afvalstoffen zonder vergunning af te dwingen is afgewezen.

Uitspraak

200401369/2.
Datum uitspraak: 16 maart 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de stichting "Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving", gevestigd te Buggenum en anderen,
verzoekers,
en
het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief van 30 mei 2003 hebben verzoekers verweerder onder meer verzocht om onder oplegging van een last onder dwangsom “Nuon Power Buggenum B.V.” te verplichten het vergassen van afvalstoffen (secundaire brandstoffen) binnen de door haar gedreven inrichting op het perceel Roermondseweg 55 te Haelen onmiddellijk te beëindigen.
Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op dit verzoek hebben verzoekers bij brief van 14 juli 2003 beroep bij de Afdeling ingesteld. Het beroepschrift is op 15 juli 2003 naar verweerder doorgezonden ter verdere afhandeling als bezwaarschrift.
Bij besluit van 15 juli 2003, kenmerk 2003/20062, heeft verweerder het verzoek afgewezen.
Bij brief van 19 augustus 2003 hebben verzoekers hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 26 januari 2004, kenmerk 2004/3033, verzonden op 28 januari 2004, heeft verweerder het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek van 30 mei 2003 niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het besluit van 15 juli 2003 ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 12 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 15 februari 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 12 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op 15 februari 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 maart 2004, waar verzoekers, vertegenwoordigd door ing. A.M.L. van Rooij en
G. van Heusden, gemachtigden, en verweerder, vertegenwoordigd door
mr. J.J. Beek en ing. J.J. Balendonck, ambtenaren van de provincie, zijn verschenen. Voorts is Nuon Power Buggenum B.V., vertegenwoordigd door
mr. N.S.J. Koeman, advocaat te Amsterdam, en ing. J.T.W. Pastoors, gemachtigde, daar gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Voorzover het verzoek zich richt tegen het feit dat niet tijdig op het verzoek van 30 mei 2003 is besloten, overweegt de Voorzitter dat bij besluit van 15 juli 2003 alsnog op dit verzoek is beslist. Reeds hierom bestaat geen reden om het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening op dit punt toe te wijzen.
2.3. Verzoekers hebben, kort weergegeven, aangevoerd dat verweerder niet in redelijkheid had kunnen afzien van het opleggen van een last onder dwangsom, nu binnen de inrichting reeds lange tijd zonder vergunning afvalstoffen worden vergast.
2.3.1. Verweerder heeft betoogd dat is afgezien van handhavend optreden nu er concreet zicht op legalisatie is. In dit verband betoogt hij dat bij besluit van 11 november 2003 een revisievergunning krachtens artikel 8.4 van de Wet milieubeheer is verleend voor onder meer het vergassen van secundaire brandstoffen. Weliswaar is deze vergunning nog niet in rechte onaantastbaar geworden, maar naar de mening van verweerder behoeft, gelet op de bij de aanvraag om de vergunning van 11 november 2003 gevoegde rapporten, niet voor ernstige nadelige gevolgen voor het milieu te worden gevreesd. De Voorzitter ziet in hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht noch anderszins aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder onder deze omstandigheden, na afweging van de betrokken belangen, niet in redelijkheid heeft kunnen afzien van handhaving.
2.4. Gelet op het vorenstaande wijst de Voorzitter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H. Beekhuis, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, ambtenaar van Staat.
w.g. Beekhuis w.g. Van der Maesen de Sombreff
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2004
190-361.