ECLI:NL:RVS:2004:AO6111
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gedeeltelijke uitspraak over besparingen eigen mechanisatie in tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval
Bij besluit van 21 april 1999 kende de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een tegemoetkoming toe aan de maatschap verzoekers op grond van de Regeling tegemoetkoming schade bij extreem zware regenval 1998 (WTS1-regeling). Na bezwaar verklaarde de Staatssecretaris dit ongegrond, waarna de rechtbank Breda op 18 juli 2003 het beroep gedeeltelijk gegrond verklaarde en bepaalde dat de besparingen eigen mechanisatie vastgesteld moesten worden op €113,48 per hectare.
De Staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had bepaald dat de besparingen eigen mechanisatie €113,48 per hectare bedroegen, omdat niet was onderbouwd dat de kosten van loofdoding reeds waren meegenomen in de berekening. Nadere informatie van het Bureau Coördinatie Expertise-organisaties toonde aan dat deze kosten niet waren meegerekend, hetgeen door verzoekers niet werd betwist.
Verder werd overwogen dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de bestreden beslissing op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd wat betreft de afwijking van de KWIN-normbedragen voor teeltplanschade. De Afdeling bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak over de besparingen eigen mechanisatie en bevestigde de rest van de uitspraak van de rechtbank Breda van 18 juli 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak over besparingen eigen mechanisatie wordt vernietigd, de rest van de uitspraak wordt bevestigd.