ECLI:NL:RVS:2004:AO6094
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tijdelijke horecavergunning burgemeester Papendrecht
Appellante ontving van de burgemeester van Papendrecht een vergunning voor het exploiteren van een horecabedrijf voor de duur van één jaar. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit van de burgemeester vernietigd. Vervolgens stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De burgemeester verleende later een vergunning voor onbepaalde tijd, waarna een omwonende bezwaar introk. Appellante stelde dat zij schade had geleden door de tijdelijke vergunning, onder andere door kosten van rechtsbijstand en hogere rentelasten, omdat zij geen gewone financiering kon verkrijgen.
De Raad van State overwoog dat voor het aannemen van belang bij hoger beroep wegens schade vereist is dat aannemelijk wordt gemaakt dat de schade daadwerkelijk door het bestreden besluit is veroorzaakt. Appellante slaagde hier niet in en had ook geen ander belang bij het hoger beroep. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang.