ECLI:NL:RVS:2004:AO6086
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor automatische ontsmettingspoort bij varkensveiling
Verweerder heeft op 27 mei 2003 een vergunning verleend voor het veranderen van de ontsmettingsmethode van veewagens bij een varkensveiling, waarbij handmatige ontsmetting wordt vervangen door een automatische ontsmettingspoort. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke verspreiding van desinfecteermiddelen en gezondheidsklachten als CARA-patiënt.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat de automatische ontsmettingspoort efficiënter en effectiever is dan de handmatige methode en dat het spatscherm voldoende bescherming biedt tegen verspreiding van nevel. De afstand tot de woning van appellante is aanzienlijk groter dan bij de eerdere situatie. Het advies van de GGD Hart voor Brabant concludeerde dat de gebruikte middelen niet waarschijnlijk gezondheidsklachten veroorzaken.
Gezien de milieutechnische inzichten en het advies van de GGD acht de Afdeling de aan de vergunning verbonden voorschriften toereikend. De bijzondere gevoeligheid van appellante vormt geen reden voor aanvullende voorschriften. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de automatische ontsmettingspoort wordt ongegrond verklaard.