ECLI:NL:RVS:2004:AO6080
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding uitkeringskosten na te late melding ontslag personeelslid
Appellante, een onderwijsvereniging, verzocht verweerster om de uitkeringskosten voortvloeiend uit het ontslag van een personeelslid voor haar rekening te nemen. Verweerster liet dit verzoek buiten behandeling omdat de melding van het ontslag niet binnen de in het Reglement Participatiefonds gestelde termijn van zes weken na rappel was ontvangen.
Appellante had het ontslag per 1 augustus 2001 gemeld, maar pas op 22 oktober 2002, ruim na de termijn. Verweerster stelde dat er geen verschoonbare omstandigheden of bijzondere situaties waren die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Ook het feit dat de melding voorafging aan een beschikking van het USZO deed hieraan niet af.
De Raad van State oordeelde dat het bevoegd gezag in beginsel de kosten van ontslag draagt en dat het beroep op overschrijding van de beslistermijn niet slaagt omdat deze termijn een termijn van orde is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling laten van het verzoek tot vergoeding van uitkeringskosten wordt ongegrond verklaard.