ECLI:NL:RVS:2004:AO6071
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning exploitatie seksinrichting wegens slecht levensgedrag ondanks niet-onherroepelijke veroordeling
De burgemeester van Rotterdam verleende aanvankelijk een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting aan de wederpartij. Na bezwaar werd deze vergunning echter ingetrokken vanwege een veroordeling wegens vrouwenhandel. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond omdat de veroordeling nog niet onherroepelijk was en vernietigde het besluit tot weigering.
De burgemeester stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester bij de vergunningverlening een bestuurlijke afweging moet maken die verder gaat dan het strafprocesresultaat. De niet-onherroepelijke veroordeling kon wel degelijk als grondslag dienen voor de weigering, omdat de feiten van vrouwenhandel het slecht levensgedrag van de exploitant rechtvaardigen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. De vergunning mocht derhalve worden geweigerd op grond van artikel 2.3a.8 van de APV Rotterdam. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De vergunning voor het exploiteren van de seksinrichting wordt geweigerd vanwege slecht levensgedrag ondanks een niet-onherroepelijke veroordeling.