ECLI:NL:RVS:2004:AO6056
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen bestuursdwang voor asbestverwijdering na brand
Na een brand op 31 december 2001 waarbij asbest vrijkwam, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel appellanten verplicht binnen een week een officieel asbestverwijderingsbedrijf opdracht te geven tot verwijdering van asbestdeeltjes. Appellanten voerden aan dat zij geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer dreven en dat artikel 17.1 niet op hen van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de loods en de activiteiten van appellanten wel degelijk als inrichtingen kwalificeren en dat het vrijkomen van asbest een ongewoon voorval is dat onmiddellijke maatregelen vereist. Verweerder mocht bestuursdwang toepassen en de kosten verhalen op de overtreders.
De korte termijn van één week voor het treffen van maatregelen werd gerechtvaardigd vanwege het risico op verspreiding van asbest. De Afdeling verwierp ook het bezwaar dat de kosten niet gelijkelijk over de drie ondernemers verdeeld waren, omdat verweerder bij de invordering rekening kan houden met de werkelijke kostenverdeling.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestuursdwangbesluiten voor asbestverwijdering worden ongegrond verklaard.