ECLI:NL:RVS:2004:AO5773
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nadere eis geluidgrenswaarde horeca-inrichting te Utrecht
Labrador Management B.V. stelde beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht waarin een nadere eis werd gesteld aan het equivalente geluidniveau van een horeca-inrichting aan een locatie te Utrecht. Het besluit stelde een geluidgrenswaarde van 40 dB(A) voor de nachtperiode (23.00-07.00 uur) vast, lager dan de gebruikelijke 45 dB(A) volgens het overgangsrecht.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 12 februari 2004 en oordeelde dat het bevoegd gezag conform het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer bevoegd was om een lagere grenswaarde vast te stellen. De appellant voerde aan dat de kosten van maatregelen om aan deze eis te voldoen onredelijk hoog zouden zijn, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Voorzitter stelde vast dat met relatief eenvoudige maatregelen aan de eis kon worden voldaan en dat de geluidmetingen correct waren uitgevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de nadere eis van 40 dB(A) geluidgrenswaarde voor de nachtperiode is ongegrond verklaard.