ECLI:NL:RVS:2004:AO5764
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitwegvergunning wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering verkeersveiligheid
Het college van burgemeester en wethouders van Naaldwijk verleende op 23 juli 2002 een vergunning voor de aanleg van een uitweg van een parkeerterrein naar de Fazantlaan, met de beperking dat deze uitsluitend als inrit mocht worden gebruikt. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd een nieuwe beslissing genomen waarbij de beperking werd geschrapt.
Appellanten, bewoners in de directe omgeving, maakten bezwaar tegen de uitweg vanwege verkeersveiligheid, vooral gezien de nabijheid van een basisschool. Zij stelden dat zij niet konden reageren op een na de hoorzitting uitgebracht politieadvies, wat een schending van de hoorplicht opleverde. De Raad van State oordeelde dat het college dit advies als een feit van aanmerkelijk belang had moeten meedelen en appellanten hierover had moeten horen.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de verkeersveiligheid zonder de beperking dat de uitweg slechts als inrit mocht worden gebruikt. Het ontbreken van een gedegen verkeerskundig onderzoek en een deugdelijke motivering maakte het besluit onzorgvuldig en strijdig met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State vernietigde het besluit van 16 oktober 2003 en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep van appellanten ongegrond werd verklaard. Het college werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college om een uitwegvergunning zonder beperkingen te verlenen is vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.