ECLI:NL:RVS:2004:AO5731
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ligplaats woonboot Noordwijkerhout
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de (fictieve) afwijzing van haar verzoek om een ligplaats aan de [locatie] te Noordwijkerhout in te nemen. Zij stelt als erfgename van [erflater] recht te hebben op deze ligplaats, omdat de afstandsverklaring die [erflater] in 1997 tekende niet rechtsgeldig zou zijn vanwege zijn wilsonbekwaamheid.
Het college van burgemeester en wethouders heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep van appellante eveneens ongegrond verklaard. In hoger beroep bij de Raad van State heeft appellante aangevoerd dat de gemeente ten onrechte niet optreedt tegen de onrechtmatige toe-eigening van de ligplaats door naastgelegen woonbootbewoners.
De Raad van State oordeelt dat de afstandsverklaring van [erflater] rechtsgeldig is, aangezien deze niet bij de burgerlijke rechter is aangevochten en [erflater] geen aanspraak meer heeft gemaakt op de ligplaats. Ook is niet gebleken dat appellante zelf op grond van de Woonschepenverordening aanspraak kan maken. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.