ECLI:NL:RVS:2004:AO5725
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H. Lauwaars
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen goedkeuring bestemmingsplan met bestemming Bosperceel
De gemeenteraad van Bergen stelde op 19 december 2002 een bestemmingsplan vast voor een perceel met de bestemmingen Bosperceel en Eengezinshuizen-vrijstaand, waarbij één woning gebouwd mag worden. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, keurde dit plan goed op 27 mei 2003. Appellante stelde beroep in tegen deze goedkeuring, stellende dat onvoldoende inspraak was geboden en dat de bestemming Bosperceel onterecht was toegekend, waardoor bouwmogelijkheden werden beperkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de inspraakprocedure rechtmatig was verlopen, aangezien het voorontwerpplan vier weken ter inzage lag en mondelinge of schriftelijke zienswijzen konden worden ingediend. Een hoorzitting was niet verplicht gelet op de geringe schaal en impact van het plan. Ten aanzien van de bestemming Bosperceel stelde de Afdeling vast dat het perceel landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden bezit, passend binnen het provinciale beleid voor behoud en versterking van deze waarden.
De Raad van State achtte het standpunt van verweerder en de gemeenteraad redelijk dat de bestemming Bosperceel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat het belang van behoud van natuurwaarden zwaarder weegt dan het belang van appellante bij de bouw van een tweede woning. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.