ECLI:NL:RVS:2004:AO5702
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.A.M. van Angeren
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vergunning uitbreiding agrarisch hulpbedrijf met mestopslag
Bij besluit van 8 april 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders een vergunning voor het veranderen van een agrarisch hulpbedrijf met opslag van mest. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege bezwaren over bevoegd gezag, geluidhinder, stank en infrastructuur.
De Raad overwoog dat de opslagcapaciteit van de inrichting onder de drempel van 25.103 m³ per jaar blijft, waardoor het college bevoegd gezag is. Bezwaren over infrastructuur en bestemmingsplan zijn niet relevant voor de milieubescherming en worden verworpen. Geluidvoorschriften zijn gebaseerd op een representatieve akoestische rapportage en voldoen aan de Handreiking industrielawaai. Stankhinder wordt adequaat gereguleerd door voorschriften uit de onderliggende revisievergunning.
De Raad concludeert dat de vergunning terecht is verleend, dat de geluid- en stankvoorschriften toereikend zijn en dat de beroepen ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor uitbreiding van het agrarisch hulpbedrijf met mestopslag worden ongegrond verklaard.