ECLI:NL:RVS:2004:AO5195
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over subsidie en terugvordering pilot-project De Haagse Plus
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende in 1999 subsidie aan twee stichtingen voor het pilot-project “De Haagse Plus”, gericht op levensloopbestendige woningaanpassingen. Het project werd in 2000 voortijdig beëindigd na beperkte uitvoering. In november 2001 stelde het college de subsidiebedragen vast op basis van gemaakte voorbereidings- en stichtingskosten en vorderde onverschuldigd betaalde voorschotten terug.
Appellanten betwistten deze besluiten, stellende dat het college bij intrekking van de opdracht en subsidievaststelling zorgvuldigheid moest betrachten en dat zij recht hadden op vergoeding van alle gemaakte kosten. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond en het hoger beroep bij de Raad van State bevestigde dit oordeel, stellende dat het college in redelijkheid heeft gehandeld bij subsidievaststelling en terugvordering.
Wel oordeelde de Raad van State dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro. Dit verzoek werd alsnog afgewezen. Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen werd buiten beschouwing gelaten omdat dit in een andere procedure wordt behandeld. De overige onderdelen van het hoger beroep werden afgewezen en het griffierecht werd aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen behalve voor het niet beslissen op het schadevergoedingsverzoek, dat alsnog wordt afgewezen.