ECLI:NL:RVS:2004:AO5174
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldboete wegens niet-gecertificeerd pootgoed in strijd met keuringsreglement
Appellant kreeg door de Tuchtrechtcommissie van de NAK een onvoorwaardelijke geldboete opgelegd van ƒ 5000 wegens het aanbieden van pootgoed dat niet door de NAK was goedgekeurd en gecertificeerd, in strijd met artikel 21.1.1 van het Keuringsreglement 1999.
Appellant voerde aan te goeder trouw te hebben gehandeld, omdat hij meende dat een NAK-keuring niet verplicht was en dat de keurmeester naliet tijdig maatregelen te treffen om alsnog certificering te verkrijgen. De rechtbank en de Raad verklaarden het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant ondanks de informatiegids en waarschuwingen van de keurmeester verantwoordelijk bleef voor naleving van de keuringsvoorschriften. De stelling van te goeder trouw faalde, en de opgelegde geldboete werd niet onjuist of onevenredig bevonden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de geldboete bevestigd.