ECLI:NL:RVS:2004:AO4812
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.A.M. van Angeren
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke sluiting recreatie-inrichting wegens drugsvondst en openbare ordeverstoring
De burgemeester van Den Haag heeft bij besluit van 4 april 2002 de recreatie-inrichting van appellant voor twaalf maanden gesloten wegens aantreffen van soft- en harddrugs tijdens een politieonderzoek. Appellant maakte bezwaar, dat door de burgemeester en later door de rechtbank ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de hoeveelheid en verpakking van harddrugs duiden op een handelsvoorraad en dat daarmee sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. Appellants verweer dat zijn inrichting zich in een gebied met reeds bestaande drugsoverlast bevindt en dat hij door de politierechter is vrijgesproken van opzettelijke drugshandel, werd verworpen. De persoonlijke verwijtbaarheid van appellant speelt geen rol bij de beoordeling van het sluitingsbesluit.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 67 van Pro de APV. Appellant is verantwoordelijk voor het toezicht in zijn inrichting en moet maatregelen treffen om drugshandel te voorkomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tijdelijke sluiting van de recreatie-inrichting bevestigd.