ECLI:NL:RVS:2004:AO4808
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake aanschrijving noodzakelijke voorzieningen pand Amsterdam
Bij besluit van 29 december 1999 heeft het hoofd Toezicht en Voorraadbeheer namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een eigenaar aangesproken om binnen een bepaalde termijn noodzakelijke voorzieningen aan een pand te treffen. De eigenaar maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van de eigenaar gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna het stadsdeel hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college terecht geen toepassing gaf aan artikel 23, eerste lid, van de Woningwet om de eigenaar de keuze te bieden tussen uitvoering van de aanschrijving of staken van bewoning, omdat de kosten in redelijke verhouding stonden tot de opbrengsten. Ook oordeelde de Raad dat het college niet verplicht was om bij de heroverweging van het besluit op bezwaar een integraal onderzoek naar de fundering te verrichten, aangezien dit gebrek pas in hoger beroep werd aangevoerd.
Verder concludeerde de Raad dat het college een lonendheidsberekening had gemaakt en dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat achterstallig onderhoud buiten beschouwing moest blijven bij de kosten-batenanalyse. De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanschrijving van het college in stand blijft.