ECLI:NL:RVS:2004:AO4795
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen weigering handhaving milieuvergunning schietinrichting
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Weert om niet handhavend op te treden tegen de inrichting van Schutterij St. Cornelius wegens vermeende overtredingen van vergunningvoorschriften. De zaak betreft met name voorschriften verbonden aan vergunningen krachtens de Hinderwet uit 1982 en 1993, en een vergunning krachtens de Wet milieubeheer uit 2002.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroep voor zover het ziet op de milieuvergunning van 30 oktober 2002 niet-ontvankelijk is, omdat deze vergunning inmiddels is vernietigd en appellant geen procesbelang meer heeft. Ten aanzien van de Hinderwetvergunning uit 1993 wordt geoordeeld dat het incidentele gebruik van geluidapparatuur en activiteiten zoals het jaarlijkse afsluitfeest niet in strijd zijn met de vergunningvoorschriften, en dat verweerder terecht geen handhaving heeft ingezet.
Voor de Hinderwetvergunning uit 1982 is vastgesteld dat appellant terecht betoogt dat houtsplinters buiten de inrichting terechtkomen en dat niet is voldaan aan de veiligheidsafstand van 25 meter rondom de schietboom. De motivering van het besluit om niet handhavend op te treden is ondeugdelijk. Daarom wordt het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de voorschriften 1 en 20 betreft. De gemeente Weert wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en het besluit van de gemeente Weert vernietigd voor overtredingen van voorschriften uit de Hinderwetvergunning van 1982.