ECLI:NL:RVS:2004:AO4782
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking last onder dwangsom en proceskostenvergoeding
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde bij besluit van 23 augustus 2001 een last onder dwangsom op aan [wederpartij] om een pand in oude toestand te herstellen of in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Almelo het besluit op bezwaar en het college trok het oorspronkelijke besluit in. Het college verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De rechtbank oordeelde echter dat [wederpartij] wel een belang had bij het bezwaar, met name vanwege een verzoek om vergoeding van kosten van rechtsbijstand. Het college had nagelaten dit verzoek inhoudelijk te beoordelen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot betaling van proceskosten aan [wederpartij], waaronder een vergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand. De Afdeling wijst erop dat het college verplicht is om op verzoeken tot vergoeding van kosten een inhoudelijke beslissing te nemen, ook als het verzoek niet toewijsbaar wordt geacht.
Uitkomst: Hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan [wederpartij].