ECLI:NL:RVS:2004:AO4755
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geluidwerende voorzieningen wegens onvoldoende maatwerk en strijd met zorgvuldigheidsbeginsel
De Minister van Verkeer en Waterstaat had besloten geluidwerende voorzieningen aan te brengen aan de woning van appellant a. Appellant a maakte bezwaar tegen de wijze van uitvoering, met name over de binnendakse isolatie die zou leiden tot verlies van functionaliteit door vaste inrichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden van appellant a.
De Raad van State stelde vast dat de beleidsregels abstract zijn en geen maatwerk bieden voor individuele situaties, terwijl de inrichting van de slaapkamers en de werkkamer van appellant a wel degelijk relevant is voor de beoordeling van de ruimteverkleining. Ook werd geoordeeld dat de werkkamer nog steeds als geluidsgevoelige ruimte moet worden aangemerkt omdat er geen vaste inrichting is die het gebruik als slaapkamer uitsluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit van de Minister en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van appellant a gegrond en veroordeelde de Minister in de proceskosten. Het hoger beroep van appellant b werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdig bezwaar en beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant a wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak vernietigd, en de Minister veroordeeld in proceskosten.