ECLI:NL:RVS:2004:AO4749
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende financiële noodzaak
Appellante verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand op grond van de Wet op de rechtsbijstand. Het bureau rechtsbijstandvoorziening en later de raad voor rechtsbijstand wezen dit verzoek af vanwege het inkomen en het vermogen van appellante. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat rechtsbijstand wordt verleend aan personen met een inkomen onder een bepaalde grens en zonder een eigen vermogen boven een vastgesteld bedrag. Appellante beschikte over liquide middelen van circa €2016,15 en andere vermogensbestanddelen, waaronder een eigen woning en een vordering. Omdat zij voldoende liquide middelen had om de kosten van rechtsbijstand te dragen, kwam zij niet in aanmerking voor toevoeging.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank, stelde dat het niet nodig was te beoordelen of de overige vermogensbestanddelen onder de uitzonderingsregeling vielen, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd.