ECLI:NL:RVS:2003:AO1323
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet milieubeheer
Verzoeker kreeg op 27 oktober 2003 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland omdat een buiten de inrichting gelegen onverhard stuk grond werd gebruikt voor opslag van auto-onderdelen en auto's, in strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 2000 per week met een maximum van € 20.000.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg vervolgens op 24 november 2003 een voorlopige voorziening aan bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 9 december 2003 verschenen verzoeker en vertegenwoordigers van verweerder. Verzoeker stelde dat binnen afzienbare tijd een uitbreidingsvergunning zou worden aangevraagd waarmee de overtreding gelegaliseerd kon worden.
De Voorzitter oordeelde dat ten tijde van het besluit nog geen vergunningaanvraag was ingediend en dat het onvoldoende zeker was dat de overtreding zou worden gelegaliseerd. Ook het feit dat de auto's inmiddels waren verwijderd deed hieraan niets af. De hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld gezien de aard en ernst van de overtreding.
Op grond hiervan wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 22 december 2003 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.