ECLI:NL:RVS:2003:AO1316
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onrechtmatige uitbreiding inrichting zonder vergunning
Verzoekster kreeg op 7 oktober 2003 van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning uitbreiden en wijzigen van haar inrichting, in strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. De dwangsom bedroeg € 5.000 per week met een maximum van € 100.000. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening bij de Raad van State.
De Raad constateerde dat door opsplitsing en gedeeltelijke verkoop van het terrein drie afzonderlijke inrichtingen waren ontstaan, afwijkend van de vergunning. Ook waren opslagwijzigingen en plaatsing van silo, overkapping en mobiele zeefinstallaties zonder vergunning gerealiseerd. Hoewel sommige wijzigingen mogelijk vergunningvrij zouden zijn, was een revisievergunning voor de totale situatie vereist. Omdat geen aanvraag was ingediend, was de last onder dwangsom terecht opgelegd.
De Voorzitter schorste echter het besluit voor zover het betrekking had op de exploitatie van een deel van het terrein door een derde partij en de verkoop van een deel aan een andere partij, omdat daarvoor geen milieuhygiënische belangen speelden. De dwangsom bleef verder van kracht. Verzoekster kreeg proceskostenvergoeding en griffierecht terug. Het verzoek werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: Gedeeltelijke schorsing van de last onder dwangsom opgelegd voor onvergunde uitbreidingen van de inrichting, verzoek voor het overige afgewezen.