ECLI:NL:RVS:2003:AO1306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom tankstation onjuist aan rechtspersoon opgelegd
Bij besluit van 24 juni 2003 legde het college van burgemeester en wethouders van De Bilt aan verzoeker A twee lasten onder dwangsom op vanwege het in strijd met milieuregels in werking hebben van een tankstation. De dwangsommen betroffen het beëindigen van brandstoffenverkoop en het verwijderen van tankinstallaties.
Verzoeksters, bestaande uit verzoeker A, B en C, maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen de Raad van State om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 25 november 2003 werd vastgesteld dat verzoeker B sinds 6 augustus 2003 de inrichting drijft, terwijl het besluit aan verzoeker A was gericht.
De Raad van State oordeelde dat het besluit niet aan de juiste overtreder was opgelegd, omdat verzoeker A ten tijde van het besluit niet meer de feitelijke macht had om de overtreding te beëindigen. Hierdoor was het besluit onzorgvuldig. De Voorzitter schorst het besluit voor verzoeker A, wijst het verzoek van B en C af en veroordeelt de gemeente De Bilt tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker A.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst wegens onjuiste adressering aan verzoeker A; verzoek van verzoekers B en C wordt afgewezen en gemeente De Bilt wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoeker A.