ECLI:NL:RVS:2003:AO0930
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep bouwvergunning overschrijding bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Eemnes verleende op 17 juli 2001 een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwen van een woning met garage op een perceel, waarbij de bebouwingsgrens van het bestemmingsplan werd overschreden. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar stelde vast dat appellanten niet waren uitgenodigd voor de zitting, waardoor de uitspraak niet rechtsgeldig tot stand kwam.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was om op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling te verlenen, omdat het bouwplan paste binnen de door de provincie aangegeven categorieën en een goede ruimtelijke onderbouwing had. De overschrijding van de bebouwingsgrens was gering en paste binnen een evenwichtige verkaveling.
Verder werd geoordeeld dat de wijziging van de wettelijke grondslag van de vrijstelling in de beslissing op bezwaar toelaatbaar was en dat appellanten daardoor niet in hun procesbelangen waren geschaad. De Afdeling verklaarde het primaire beroep van appellanten ongegrond en bepaalde dat het betaalde griffierecht in hoger beroep aan appellanten werd terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van het hoorplichtbeginsel.