ECLI:NL:RVS:2003:AO0929
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.Z.C. Koutstaal
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning onttrekking woonruimte eerste verdieping pand Amsterdam
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Amsterdam-Centrum weigerde op 15 januari 2001 appellanten een vergunning voor het onttrekken van woonruimte op de eerste verdieping van een pand in Amsterdam aan de bestemming tot bewoning. Appellanten maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze weigering, dat door de rechtbank Amsterdam op 17 maart 2003 ongegrond werd verklaard.
Appellanten voerden onder meer aan dat de eerste etage niet langer woonruimte was, dat zij gerechtvaardigd vertrouwen hadden op vergunningverlening, en dat er sprake was van zwaarwegende bedrijfseconomische belangen. De Raad van State oordeelde dat de eerste etage wel degelijk woonruimte was in de zin van de Huisvestingswet, gelet op bewoning in het verleden, de geschiktheid voor bewoning, en diverse gemeentelijke documenten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen gerechtvaardigde verwachting was gewekt.
Daarnaast was het gemeentelijke beleid, neergelegd in de Beleidsnota Woningonttrekking Binnenstad 1994, niet in strijd met de wet en niet kennelijk onredelijk. Appellanten hadden onvoldoende aangetoond dat zij voldeden aan de voorwaarden voor vergunningverlening, zoals zwaarwegende bedrijfseconomische belangen. Ook was de onttrekking niet in het belang van functiemenging in de binnenstad. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens gebrek aan bewijs dat anderen vergunning hadden gekregen. De Raad van State bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de vergunning bevestigd.