ECLI:NL:RVS:2003:AO0360
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving van dwangsom wegens onrechtmatige overbrenging kunststofgranulaat als afvalstof
Verweerder legde appellante een last onder dwangsom op omdat zij kunststofgranulaat uit België naar Nederland bracht zonder de vereiste kennisgeving volgens Verordening 259/93/EEG (EVOA). Appellante voerde aan dat het granulaat geen afvalstof was, maar een grondstof, en dat een andere partij als kennisgever moest worden aangemerkt.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat het kunststofgranulaat door vermenging met verontreinigingen en beschadiging door brand het karakter van afvalstof had gekregen. Dit werd bevestigd aan de hand van Europese jurisprudentie over het begrip afvalstof en de toepassing van de EVOA. De groene lijst van de EVOA kon niet worden toegepast omdat het granulaat dermate verontreinigd was dat het niet als afvalstof van de groene lijst mocht worden vervoerd.
Verder werd vastgesteld dat appellante als houder van het afvalstof de kennisgever was en dat zij de kennisgevingsplicht niet had nageleefd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de dwangsom gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot oplegging van een dwangsom wegens onrechtmatige overbrenging van kunststofgranulaat als afvalstof wordt ongegrond verklaard.