ECLI:NL:RVS:2003:AO0354
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C. de Gooijer
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar inzake verzoek opzending naar Ambon
Appellant verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om hem op te zenden naar Ambon. Na uitblijven van een beslissing maakte appellant bezwaar tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen besluit in de zin van de Awb betreft en vernietigde het niet tijdig nemen van een beslissing. De minister verklaarde vervolgens het bezwaar niet-ontvankelijk bij besluit van 10 april 2003.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat het verzoek om opzending naar Ambon inderdaad geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, waardoor bezwaar niet ontvankelijk kon worden verklaard. Echter, het besluit van 10 april 2003 waarin de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, is wel een besluit in de zin van artikel 6:20 Awb Pro en het hoger beroep is mede daarop gericht.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar, maar vernietigde het besluit van 10 april 2003 omdat de minister na de uitspraak van de rechtbank niet meer op het bezwaar kon beslissen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 10 april 2003 waarin de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, wordt vernietigd.