ECLI:NL:RVS:2003:AO0323
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling aanleg tijdelijk parkeerterrein Roermond met maximale instandhoudingstermijn
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verleende op 14 mei 2002 vrijstelling voor het aanleggen en instandhouden van een parkeerterrein op een perceel in Roermond, met een maximale instandhoudingstermijn van vijf jaar. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank te Roermond verklaarde het beroep tegen het besluit eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de vrijstelling onrechtmatig was verleend omdat artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) van toepassing zou zijn in plaats van artikel 19, tweede lid, en dat de ruimtelijke onderbouwing ontbrak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat toepassing van artikel 19, tweede lid, met een maximale termijn niet in strijd is met het wettelijke systeem en dat het college niet verplicht is de voorziening na afloop van de termijn te verwijderen, maar handhaving kan worden gevraagd.
Verder werd erkend dat het college verzuimd had de definitieve ruimtelijke onderbouwing bij het besluit te voegen, maar appellant was hiervan niet in zijn procesbelang geschaad. De ruimtelijke onderbouwing voldeed doordat zij de toekomstige planologische invulling en de tijdelijke aard van het parkeerterrein voldoende toelichtte. Ook de belangenafweging, waarbij appellant geen groot nadeel ondervindt en onderhoudsproblemen zijn opgelost, werd door de Afdeling goedgekeurd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.