ECLI:NL:RVS:2003:AO0314
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking keuringsbevoegdheid APK wegens onvoldoende motivering en onevenredigheid
De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) heeft de aan appellant verleende bevoegdheid voor het verrichten van APK-keuringen voor motorrijtuigen tot 3500 kg voor zes weken ingetrokken vanwege het niet beschikbaar zijn van een voertuig voor steekproefsgewijze herkeuring.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de RDW en vervolgens door de voorzieningenrechter ongegrond werd verklaard. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de RDW onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat appellant op 2 december 2002 voor het eerst werkte met een nieuw computersysteem, waardoor de steekproef op de eerste afgemelde auto niet werd opgemerkt. Dit maakt de opgelegde sanctie onevenredig.
De beslissing op bezwaar is onvoldoende gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit van de RDW, en gelast een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de keuringsbevoegdheid wordt vernietigd.