ECLI:NL:RVS:2003:AO0301
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens overtreding milieuregels schapenhouderij
Verweerder heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschriften 1.12 en 1.13 van een oprichtingsvergunning voor een schapenhouderij. De dwangsom bedroeg € 500 per week met een maximum van € 5.000. Appellant stelde bezwaar in tegen deze last, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde onder meer aan dat hij door ziekte niet aanwezig kon zijn bij de hoorzitting en dat de vergunning het stallen van werktuigen en materialen nabij de stal toestond. De Raad oordeelde dat verweerder had voldaan aan de hoorplicht en dat de voorschriften 1.12 en 1.13 bepalend zijn voor het stallen van materialen. Uit de stukken bleek dat appellant in strijd met deze voorschriften pallets, oud ijzer en afgedankte voertuigen had gestald.
Verder stelde appellant dat de last onder dwangsom onredelijk was omdat hij met de opslag zijn inkomen voorziet en dat verweerder elders in de gemeente niet handhavend optreedt. De Raad vond dat verweerder de belangen zorgvuldig had afgewogen en dat de last onder dwangsom redelijk was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft van kracht.