ECLI:NL:RVS:2003:AO0300
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen strengere emissie-eis houtmotverbrandingsinstallatie
Verweerder heeft bij besluit van 6 december 2002 een strengere emissie-eis voor stof opgelegd aan de houtmotverbrandingsinstallatie van appellante, gebaseerd op de Bijzondere regeling F7 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR).
Appellante voerde aan dat de eis in strijd is met het alara-beginsel vanwege de hoge kosten, beperkte gebruiksduur van de installatie, en mogelijke toekomstige versoepelingen in de regelgeving. Tevens stelde zij dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat het vertrouwensbeginsel is geschonden.
Verweerder stelde dat bij het opstellen van de regeling al rekening is gehouden met kosten en technische mogelijkheden, dat de eis een maximale concentratienorm betreft ongeacht gebruiksduur, en dat het besluit deugdelijk is gemotiveerd. De Raad van State oordeelde dat de eis in redelijkheid is gesteld, dat de situatie niet vergelijkbaar is met eerdere afwijkingen, en dat het beroep ongegrond is.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot het opleggen van een emissie-eis is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.