ECLI:NL:RVS:2003:AO0294
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen emissie-eis houtmotverbrandingsinstallatie volgens Wet milieubeheer
Verweerder heeft bij besluit van 6 december 2002 een emissie-eis voor stof van maximaal 25 mg/Nm3 opgelegd aan de houtmotverbrandingsinstallatie van appellante, gebaseerd op de Bijzondere regeling F7 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR). Appellante stelde dat deze eis te streng is en in strijd met het alara-beginsel, mede vanwege de hoge kosten om aan de eis te voldoen, de beperkte gebruiksduur van de installatie, en mogelijke toekomstige wijzigingen in de regelgeving.
Appellante voerde aan dat de kosten per kilo vermeden emissie ruim boven de door de NeR gestelde bovengrens liggen en dat de eis niet redelijk is gezien de beperkte operationele periode van de installatie. Tevens stelde zij dat het vertrouwensbeginsel is geschonden omdat verweerder eerder had toegezegd kosteneffectiviteit mee te wegen.
Verweerder stelde dat bij het opstellen van de Bijzondere regeling al rekening is gehouden met technische en economische mogelijkheden, en dat de eis passend is binnen de beoordelingsvrijheid die de Wet milieubeheer hem geeft. Ook wees hij op verschillen met eerdere uitspraken waarop appellante zich baseerde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de emissie-eis rechtmatig is, passend binnen het alara-beginsel en de beoordelingsvrijheid van verweerder. De beperkte gebruiksduur van de installatie en mogelijke toekomstige wijzigingen rechtvaardigen geen afwijking van de eis. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de emissie-eis voor stof is ongegrond verklaard.