ECLI:NL:RVS:2003:AO0292
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen strengere emissie-eis houtmotverbrandingsinstallatie op grond van Wet milieubeheer
Verweerder heeft bij besluit van 6 december 2002 een strengere emissie-eis voor stof van maximaal 50 mg/Nm3 opgelegd aan de houtmotverbrandingsinstallatie van appellante, met een begunstigingstermijn van twaalf maanden. Appellante stelde dat deze eis te streng is, onder meer vanwege het alara-beginsel, hoge kosten, beperkte gebruiksperiode van de installatie en mogelijke toekomstige versoepelingen in regelgeving.
De Raad van State overwoog dat het bevoegd gezag terecht de Bijzondere regeling F7 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) als maatstaf heeft genomen. De omstandigheden van appellante, waaronder het beperkte gebruik van de installatie, rechtvaardigen geen afwijking van de emissie-eis. De Afdeling verwierp ook het betoog dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en vond de motivering van het besluit deugdelijk.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de strengere emissie-eis van kracht ter bescherming van het milieu.
Uitkomst: Het beroep tegen de strengere emissie-eis voor stofemissie is ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.