ECLI:NL:RVS:2003:AO0271
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen milieubelastingvergunning voor verwerking putvetten
Bij besluit van 16 september 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan VED Milieuservice B.V. een vergunning voor het oprichten en exploiteren van een inrichting voor de verwerking van vet-water-slibmengsel en opslag van voedselresten. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening wegens bezwaren tegen geurhinder, externe veiligheid en andere milieubelangen.
De Voorzitter overwoog dat hoewel alle geurgevoelige objecten beschermd moeten worden, op een bedrijventerrein een minder strenge norm kan gelden. Verweerder had een biologisch luchtfilter voorgeschreven met 90% geurverwijdering en een emissie op 18 meter hoogte, wat volgens de stukken en zitting voldoende was om aanvaardbare geurconcentraties te waarborgen.
Verder werd geoordeeld dat de activiteiten geen bijzondere brand- en explosiegevaar opleveren en dat logistieke problemen, waardedaling en personeelsverlies geen milieu- of rechtmatigheidsbelangen zijn die voorlopige voorzieningen rechtvaardigen. Ook de vrees voor niet-naleving van voorschriften kon niet leiden tot een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de milieuvergunning wordt afgewezen.