ECLI:NL:RVS:2003:AO0238
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- K. Brink
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening lozing afvalwater Afvalberging Derde Merwedehaven
Bij besluit van 2 april 2002 heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat de vergunningen voor de Afvalberging Derde Merwedehaven ingetrokken en een nieuwe vergunning verleend aan IGAT B.V. voor het lozen van afvalwater en afvalstoffen op de Beneden Merwede. De vergunning geldt voor tien jaar en betreft voortzetting en uitbreiding van bedrijfsactiviteiten.
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Sliedrecht, stelde beroep in tegen dit besluit en voerde verschillende bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een milieu-effectrapportage, onvoldoende gegevens in de aanvraag, het niet uitbrengen van advies door bepaalde bestuursorganen, en onredelijke lozingsnormen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft deze bezwaren onderzocht.
De Afdeling oordeelt dat de aanvraag voldoende informatie bevatte voor een zorgvuldige beoordeling, dat het ontbreken van advies van gedeputeerde staten niet tot benadeling van appellant heeft geleid en daarom kan worden gepasseerd. De lozingsnormen zijn getoetst aan de Richtlijn 76/464/EEG en milieutechnische inzichten, waarbij de toegepaste zuiveringstechnieken als best bestaande techniek zijn erkend. Het maximum lozingsdebiet is redelijk geacht vanwege fluctuaties in afvalwateraanvoer.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergunning voldoende bescherming biedt tegen aantasting van de oppervlaktewaterkwaliteit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor lozing afvalwater door IGAT B.V. wordt ongegrond verklaard.