ECLI:NL:RVS:2003:AN9788
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningvoorschriften inzake bodembescherming en administratie bij afvalverwerkingsinrichting
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 30 oktober 2002 een revisievergunning aan West Holland Milieu B.V. voor een inrichting voor opslag en verwerking van afval op een gezoneerd industrieterrein. Diverse appellanten stelden beroep in tegen dit besluit, met klachten over geluidhinder, geurhinder, verkeersveiligheid, en vergunningvoorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geluidhinder door verkeer op openbare wegen niet getoetst hoeft te worden aan de geluidgrenswaarden voor de inrichting, en dat de circulaire Geluidhinder niet van toepassing is op verkeer van en naar een gezoneerd industrieterrein. Ook werden bezwaren over verkeersveiligheid en toename van verkeersbewegingen ongegrond verklaard.
Wel werd geoordeeld dat het voorschrift dat de volledige administratie van afvalregistratie binnen de inrichting aanwezig moet zijn, strijdig is met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat inzage ook op afstand mogelijk moet zijn. Voorts werden voorschriften over vloeistofdichte vloeren en inspecties vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, aangezien onvoldoende rekening was gehouden met de feitelijke situatie in de bedrijfshal en de toepasselijkheid van de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellante sub 2 gedeeltelijk gegrond en gelastte het college binnen dertien weken een nieuw besluit te nemen, terwijl de overige beroepen ongegrond werden verklaard. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante sub 2.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt delen van de vergunningvoorschriften en gelast een nieuw besluit binnen dertien weken.