ECLI:NL:RVS:2003:AN9768
Raad van State
- Herziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak
In deze zaak verzocht de verzoeker de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om herziening van een eerdere onherroepelijke uitspraak van 19 februari 2001. Deze eerdere uitspraak had het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de president van de arrondissementsrechtbank te Zutphen ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Het verzoek tot herziening werd ingediend op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel stelt dat herziening mogelijk is indien cumulatief wordt voldaan aan drie criteria: de feiten of omstandigheden moeten hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, deze waren bij de indiener van het verzoek niet bekend en redelijkerwijs niet bekend te zijn, en indien deze feiten of omstandigheden eerder bekend waren geweest bij de Afdeling, zou dat tot een andere uitspraak hebben kunnen leiden.
De Afdeling oordeelde dat verzoeker niet voldeed aan het eerste criterium omdat niet was gesteld of gebleken dat de feiten of omstandigheden vóór de uitspraak hadden plaatsgevonden. Verzoeker baseerde zijn verzoek slechts op de tweede en derde criteria. Hierdoor kwam het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking.
De Afdeling wees het verzoek tot herziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling in aanwezigheid van een ambtenaar van Staat, in het openbaar op 10 december 2003.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.