ECLI:NL:RVS:2003:AN9738
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en binnenplanse vrijstelling voor kunstwerk ondanks bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Gennep verleende op 13 mei 2002 een binnenplanse vrijstelling en bouwvergunning voor het plaatsen van een kunstwerk op een perceel bestemd voor verkeersdoeleinden. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep bij de Raad van State betoogden zij onder meer dat het kunstwerk niet in redelijkheid kon worden toegestaan vanwege visuele hinder, mogelijke overlast door hangjeugd en verkeersveiligheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het kunstwerk niet strookt met het bestemmingsplan, maar dat het college binnenplanse vrijstelling mocht verlenen op grond van artikel 15, aanhef en onder e, van de planvoorschriften. De Afdeling stelde vast dat het college zijn belangenafweging op een deugdelijke grondslag had gebaseerd, waarbij onder meer de afstand tot de tuin van appellanten, de geringe visuele hinder, het geringe risico op hangjeugd en de verkeersveiligheidsrapportage in aanmerking waren genomen.
De Raad van State verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde het bestreden vonnis. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de bouwvergunning en vrijstelling definitief bleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning en binnenplanse vrijstelling worden bevestigd.