ECLI:NL:RVS:2003:AN9724
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens illegale bouwwerkzaamheden na verklaring van geen bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein legde appellante op 15 april 2002 een last onder dwangsom op wegens illegale bouwwerkzaamheden zonder bouwvergunning. Appellante maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie, waardoor de last had moeten worden herroepen of de dwangsom aangepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend heeft opgetreden, aangezien bouwen zonder vergunning verboden is. Wel was het college gehouden om de last onder dwangsom te herroepen vanaf 13 augustus 2002, de datum waarop gedeputeerde staten een verklaring van geen bezwaar afgaven en het college toestond de werkzaamheden te hervatten. De dwangsom had daardoor geen punitief karakter meer en het besluit tot handhaving na die datum was onjuist.
Verder verwierp de Raad van State het betoog dat de procedurele vertraging door het college een reden was om van handhaving af te zien, en ook het bezwaar tegen de hoogte en termijn van de dwangsom faalde. Het verzoek om schadevergoeding werd niet behandeld vanwege het ontbreken van een specificatie door appellante.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 20 augustus 2002 voor zover de last onder dwangsom na 13 augustus 2002 werd gehandhaafd, herroept het primaire besluit vanaf die datum en veroordeelde het college in de proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit tot handhaving van de last onder dwangsom na 13 augustus 2002 en herroept het primaire besluit vanaf die datum.